Vanuit Reykjavík of vanuit het noorden?
De logica lijkt onweerlegbaar: noordelijker is dichter bij de pool, dus meer noorderlicht. Alleen klopt die logica voor IJsland niet, en dat heeft met de vorm van de aurorale ovaal te maken.
Wat de breedtegraad werkelijk uitmaakt
Heel IJsland ligt tussen ongeveer 63 en 66 graden noorderbreedte. Reykjavík ligt op 64,1 graden, Akureyri in het noorden op 65,7. Dat is een verschil van anderhalve graad, ongeveer honderdzeventig kilometer.
Het poollicht verschijnt niet boven de pool zelf, maar in een ring eromheen: de aurorale ovaal, die bij normale activiteit tussen grofweg 65 en 70 graden ligt. Het punt is dat heel IJsland, van zuid tot noord, binnen of vlak onder die ring valt. Anderhalve graad verschuift je positie binnen de ring een klein stukje, maar het haalt je er niet in of uit.
In de praktijk betekent dat: op een avond waarop het noorderlicht in Akureyri te zien is, is het vrijwel altijd ook in Reykjavík te zien, mits de hemel daar helder is. Dat laatste is het hele verhaal.
Het weer is het echte verschil
En dat pakt wisselend uit. Het noorden van IJsland, rond Akureyri, ligt in de luwte van de bergen en krijgt statistisch minder neerslag en vaker een heldere hemel dan de zuidwestkust, waar de Atlantische depressies als eerste binnenkomen. Dat is een echt voordeel.
Daar staat tegenover dat het noorden in de winter kouder is en dat de wegen erheen de eerste zijn die dichtgaan. De rit van Reykjavík naar Akureyri is ruim vierhonderd kilometer over de ringweg, wat in december een serieuze onderneming is en geen dagtripje. Vlieg je, dan ben je in vijfenveertig minuten in Akureyri, maar dan verplaats je je hele verblijf.
De eerlijke conclusie: het noorden heeft gemiddeld een iets betere hemel, maar het verschil is niet zo groot dat het een reisplan zou moeten omgooien. Een tour vanuit Reykjavík die op de avond zelf besluit welke richting hij op rijdt, vangt dat verschil grotendeels op.
| Reykjavík | Akureyri en het noorden | |
|---|---|---|
| Breedtegraad | 64,1° N | 65,7° N |
| Aurorale kans | Vrijwel gelijk | Vrijwel gelijk |
| Helderheid van de hemel | Wisselvalliger, Atlantische depressies | Gemiddeld iets vaker helder |
| Aanbod aan tours | Zeer ruim, dagelijks, zes concurrerende aanbieders | Beperkt, minder vertrekken |
| Bereikbaarheid | 45 minuten vanaf Keflavík | 400 km rijden of een binnenlandse vlucht |
| Tweede poging bij mislukking | Meestal de volgende avond mogelijk | Afhankelijk van een vertrek dat doorgaat |
Waarom het aanbod de doorslag geeft
Dit is het argument dat zwaarder weegt dan de breedtegraad, en dat bijna nooit genoemd wordt. Omdat geen enkele aanbieder een waarneming garandeert maar iedereen aanbiedt de tour gratis over te doen, is het aantal pogingen dat je kunt doen belangrijker dan de plek waar je die doet.
Vanuit Reykjavík vertrekken elke avond van het seizoen meerdere tours van zes concurrerende aanbieders. Blijft de hemel dicht, dan ga je de volgende avond opnieuw, gratis. In het noorden is het aanbod dunner: minder vertrekken, minder aanbieders en meer kans dat een tour bij slecht weer eenvoudigweg niet rijdt. Je gratis tweede poging is dan een recht zonder gelegenheid om het te gebruiken.
Wanneer het noorden wél de betere keuze is
In twee gevallen. Ten eerste als je toch al naar het noorden gaat voor iets anders: walvissen kijken bij Húsavík, de baden van Mývatn of de watervallen in de omgeving. Dan pak je het noorderlicht daar mee en verlies je niets.
Ten tweede als je een lang verblijf hebt en de rondrit over de ringweg maakt. Dan slaap je verspreid over het eiland en verhoog je je kansen vanzelf, gewoon doordat je op meer plekken en op meer avonden kijkt.
Kom je voor een kort stedenverblijf van drie of vier nachten, dan is Reykjavík vrijwel altijd de verstandigere keuze: hetzelfde licht, meer vertrekken, meer aanbieders en de zekerheid dat je morgen opnieuw kunt.
Een tour vanuit Reykjavík die elke avond opnieuw vertrekt
Vier uur, geen vaste route, en blijft de hemel dicht, dan mag je het gratis overdoen met een ticket dat drie jaar geldig is.
De uitvalsbasis in het kort
Heel IJsland ligt binnen of vlak onder de aurorale ovaal, dus het noorden geeft je nauwelijks een betere kans op het licht zelf. Wat het noorden wel geeft is gemiddeld een iets helderdere hemel, en wat het kost is bereikbaarheid en aanbod. Voor een kort verblijf wint Reykjavík op het aantal pogingen dat je kunt doen, en dat is bij een verschijnsel dat niemand garandeert het argument dat telt.